Column: oliebollen, vuurwerk en supersnelrecht

Het is inmiddels een traditie aan het worden die net zo goed bij Oud & Nieuw hoort als het Nieuwjaarsconcert in Wenen en het skischansspringen in Garmisch-Partenkirchen. Supersnelrecht. Zodra het eerste voorzichtige geknal van vuurwerk in december weer te horen is begint de snelrechtklok te beieren. Wie zich misdraagt tijdens de jaarwisseling wordt niet getrakteerd op oliebollen en champagne maar mag, als het aan het Openbaar Ministerie ligt, een aantal dagen in een politiecel verblijven om vervolgens op een supersnelrechtzitting te worden berecht. De strafeisen zijn stevig hoger dan normaal gesproken, van 75 tot wel 200%.

 

Het moet gezegd; de aankondiging dat er weer supersnelrecht zal gaan plaatsvinden leidt jaarlijks tot de nodige publiciteit en zal misschien zelfs wel enig afschrikwekkend effect hebben. In zoverre is de aanpak van het Openbaar Ministerie nog wel succesvol. De vraag is echter wat nu verder de meerwaarde van het snelrecht is. De afgelopen jaren is gebleken dat rechters bepaald niet genegen zijn de fors hogere strafeisen klakkeloos over te nemen. Bovendien is ook nogal eens gebleken dat turborechtspraak en zorgvuldigheid niet altijd hand in hand gaan en dat snelrechtzittingen nogal eens uitgesteld moeten worden omdat het dossier nog niet compleet is of omdat er nog getuigen moeten worden gehoord. Je kunt je bovendien afvragen of het plegen van feiten als vernieling nu werkelijk zo’n maatschappelijke impact heeft dat daarvoor speciaal zittingsruimte moet worden vrijgemaakt. Er zijn zoveel andere zaken die zoveel urgenter zijn.

 

Er kleeft bovendien nog een risico aan deze “gerechtigheid terwijl u wacht”-campagne. Als je een beetje pech hebt en je je tijdens de nieuwjaarsnacht op de verkeerde plek bevindt kun je zomaar een paar dagen onterecht in de politiecel belanden. Een weinig fraai voorbeeld hiervan hebben we vorig jaar kunnen zien in het plaatsje Veen. In dat dorpje, waar het traditioneel nogal onrustig is tijdens de jaarwisseling, werden álle bezoekers van een café gearresteerd en enkele dagen vastgehouden. Enkele raddraaiers zouden hun toevlucht hebben gezocht tot een kroeg en vervolgens werd, om de echte daders maar niet de kans te geven te ontglippen, voor het gemak iedereen maar aangehouden. Eerst 6 maanden na de nieuwjaarsnacht werd bekendgemaakt dat van de 100 aangehouden personen er 87(!) uiteindelijk niet strafrechtelijk vervolgd zouden worden. Vervolgens was het aan de advocaten van de betrokkenen om verzoeken tot schadevergoeding in te dienen. Als het gaat om compenseren van onterecht aangehouden mensen is er van de ferme lik op stuk taal vaak weinig meer over.

 

Onze boodschap aan het Openbaar Ministerie? Supersnelrecht is op zich prima. Maar bewaar het voor díe zaken waarin een snel oordeel echt wenselijk is, zorg voor complete dossiers en laat al die andere zaken gewoon meegaan in de reguliere stroom. En mocht er onverhoopt een verkeerde worden aangehouden pas dan svp ook lik op stuk beleid toe door binnen een paar dagen een schadevergoeding uit te keren (graag ook 200% van de gebruikelijke vergoeding), een bos bloemen voor het ongemak te bezorgen en inbeslaggenomen spullen direct terug te geven. Want snelrecht is prima, het moet wel twee kanten opwerken.

 

Gelukkig nieuwjaar alvast!