Brace for impact! Gevolgen van Brexit voor uitleveringsprocedures en internationale samenwerking in strafzaken

De dag waarop het VK uittreedt uit de EU komt met rasse schreden naderbij. In de media wordt voornamelijk aandacht besteed aan de economische gevolgen van de Brexit. Echter ook in uitleveringsprocedures en grensoverschrijdende strafrechtelijke samenwerking gaat het nodige veranderen.

 

1. Brextradition: overlevering wordt weer uitlevering

 

Strafrechtelijke uitleveringsprocedures (in het Engels ‘extradition’) van, dan wel naar het VK zullen veel meer tijd in beslag gaan nemen dan nu het geval is. Zolang het VK nog EU-lidstaat is geldt onverkort de werking van het Europees Aanhoudingsbevel (en daarmee de overleveringsprocedure). Het EAB is begin deze eeuw in het leven geroepen om uitlevering binnen de EU te vereenvoudigen en te versnellen. De vereenvoudiging zat hem er bv. in dat ten aanzien van veel strafbare feiten geen toets naar de dubbele strafbaarheid plaatsvond (de lijstfeiten). De versnelling van de procedure was het gevolg van de korte beslistermijnen die in het kaderbesluit EAB werden opgenomen; in beginsel moet de rechter binnen 60 dagen een beslissing nemen op een verzoek tot overlevering.

Als het VK de EU straks heeft verlaten zal de klassieke uitleveringsprocedure weer gevolgd worden waardoor men zal moeten terugvallen op oude verdragen, zoals het Europees Uitleveringsverdrag uit 1957. Procedures zullen daardoor weer veel langer gaan duren doordat in oude verdragen vaak geen beslistermijn is opgenomen. Bovendien kan in Nederland tegen beslissingen door de uitleveringsrechter cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad en dient uiteindelijk de Minister van Justitie ook nog in te stemmen met de uitlevering. Ook tegen die beslissing kan vervolgens nog in rechte worden opgekomen.

 

Westminster magistrates court, Londen

 

2. Internationale samenwerking in strafzaken

 

Ook als het gaat om wederzijdse samenwerking in strafzaken dreigt de Brexit een forse stap terug op te leveren. Voorbeelden?

– Verschillende EU-instrumenten voor wederzijdse samenwerking zullen komen te vervallen. “Real-time” informatie-uitwisseling via het Schengen-informatie systeem zal bijvoorbeeld niet meer kunnen plaatsvinden. Het VK neemt niet langer deel aan Europol en Eurojust.
– Opsporingsonderzoeken met het VK zullen meer tijd in beslag gaan nemen; het Europees Onderzoeksbevel komt te vervallen waardoor er gewerkt moet worden met oude rechtshulpverdragen.
– de overdracht van veroordeelde personen en de overname van strafvonnissen zal omslachtiger worden.

Voor de Nederlandse uitleveringspraktijk betekent de Brexit meer versnippering van zaken. Immers, in overleveringsprocedures is de rechtbank Amsterdam bevoegd. In uitleveringsprocedures worden zaken behandeld door de rechtbank in het arrondissement waar de opgeëiste persoon is aangehouden. Rechtbanken in het land zullen zich hierop moeten voorbereiden. Uit cijfers van het Britse National Crime Agency blijkt dat in de periode 2009-2018 172 verdachten en veroordeelden vanuit Nederland zijn overgeleverd aan het VK.

 

Conclusie

 

Oude verdragen moeten worden afgestoft, protocollen moeten weer onder de loep worden genomen. Het aloude Angelsaksiche motto ‘Justice will be served’ zal heus in ere worden gehouden, het zal echter wel flink langer gaan duren. En dat is in tijden van terrorisme en andere grensoverschrijdende misdaad geen goede zaak, to say the least.

 

Jeroen Nijboer, 8 februari ‘19